Cognitieve gedragstherapie (CGt) is een combinatie van twee vormen van psychotherapie: cognitieve therapie en gedragstherapie.
Cognitieve therapie gaat vooral uit van de invloed van het denken op het gevoelsleven en het doen. Wie belangrijke zaken en gebeurtenissen in zijn leven gewoonlijk vanuit een negatief standpunt beziet, wordt makkelijker angstig, somber of geïrriteerd, met negatieve gedragingen tot gevolg.
In cognitieve therapie onderzoeken de therapeut en het kind of jongere samen of die negatieve wijze van denken wel helemaal klopt. De nadruk ligt op het wijzigen van de manier van denken. Wanneer inderdaad blijkt dat het kind of de jongere geneigd is om te negatief over allerlei zaken te oordelen, zoeken zij samen naar een ander denkspoor. Depressieve mensen bekijken bijvoorbeeld of zij inderdaad mislukt zijn in het leven en of andere personen hen werkelijk niet mogen of minachten. Bij het uitwerken van meer realistische standpunten en gedachten maakt de therapeut gebruik van specifieke cognitieve oefeningen en huiswerkafspraken.
In gedragstherapie staat het gedrag centraal. Hoe iemand handelt, bepaalt namelijk in belangrijke mate hoe iemand zich voelt. Wie geneigd is om uit angst bepaalde zaken uit de weg te gaan, zal zijn angst vaak eerder versterken dan verminderen. Wie niet heeft geleerd hoe hij zich moet beheersen, zal gemakkelijk het slachtoffer worden van zijn eigen impulsiviteit. Binnen gedragstherapie helpt de therapeut het kind of de jongere om met beter passende gedragspatronen te reageren op die omstandigheden. Cognitieve gedragstherapie kan dus zowel de manier van denken en interpreteren van het kind of de jongere beïnvloeden, als diens manier van doen en laten. Soms ligt de nadruk meer op denken, soms meer op doen en laten. In andere gevallen werkt men gelijktijdig met beide aspecten.

Voor meer informatie www.vgct.nl